Category Archives: Woolly things

Eindelijk!

Eindelijk is mijn verlof begonnen! Ik heb er naar uit gekeken. Naast wat ‘achterstallig onderhoud’ (klusjes die al heel lang moeten gebeuren) ligt er nu een behoorlijke lijst met taken ter voorbereiding van baby nr.3. Zoals een naam vinden (ahum…), of liever nog: twee namen, voor elk geslacht één.  En kleertjes wassen en vouwen (done!). Een noodtasje inpakken. En: een slaapplek creëren. Het wiegje mocht wel weer eens een verfje, er is een nieuw matrasje geleverd (ik heb spugende kinderen, die gebruiken die 5 cm schuimrubber in hun babytijd MAXIMAAL) en het dekentje moest af!

Eigenlijk was het al een poosje af, maar het moest nog gewassen worden. En gestreken, dacht ik eerst. Maar na een badje met een wonderspulletje dat mijn moeten ooit ergens op de kop tikte (Wrapture) was het dekentje zacht en fijn en na het drogen op het bed ook glad zat. Exit strijken! Jeuh! Enfin, hier is het dan: eindelijk ook voor u.

Deken nr. 3

Zoals ik al vertelde is het haar patroon. Ik vertaalde, voegde alle delen samen en maakte een nieuwe werkbeschrijving, in het Nederlands, voor mijn eigen dekentje. Háár deken was namelijk een plaid voor op haar bank en dus véél groter. Mijn deken is uiteindelijk 72 vierkantjes groot. Ik zal later nog eens wat posten over het hoe en wat van het ontstaan, nu volsta ik alleen even met pronken. Het zal vast een heel fijn dekentje zijn. In ieder geval is het veel mooier dan de dekentjes die ik maakte voor Kasper en Lene! Je oudste kind, dat is in veel opzichten toch je broddellapje, hè…?!

Voor Nummer 3

Ik dacht dat ik niet-zo-heel-lang-geleden nog iets gepost had op dit blog. Vóór de blauwe bessen muts, bedoel ik. Maar dat bleek toch ook alweer drie (3!!) maanden geleden! Wat heb ik al die tijd gedaan?! Nou, ik was druk. En moe. Zóóó moe. Dat kwam niet alleen van het druk. Er was ook een Geheim. Een heel klein Geheim. Inmiddels is dat allang geen geheim meer:  Nummer 3 komt er aan! De bolle buik groeit gestaag, Kasper heeft deze week ‘beeeby’ (soms eerder ‘bieby’) leren zeggen en Lene zegt al heel wijs: “Dat weten we niet hè, of het een zusje of een broertje wordt?! Nee, want dat kunnen we NIET zien. Het zit in de buik. En die wordt steeeeeeds dikker en dikker en dikker!”. We hebben maar niet verteld dat we het wel hádden kunnen zien, of nummer 3 een zusje of een broertje wordt. Maar dat we tegen de echoscopiste zeiden “nee, we willen het níet weten!”.

Inmiddels is de energie een beetje terug. En merk ik nog aan iets mentaals dat ik zwanger ben: een enorme behoefte aan het haken van dekentjes nam bezit van me 🙂 En dus ben ik bezig voor nummer 3. Ik vond via haar (met wie ik een voorliefde voor Scandinavisch design deel) een Deens blog, waarop een prachtige deken stond. Die deken was 130×170 en dus een beetje te groot voor een baby, maar inmiddels heb ik een daarop gebaseerd patroon uitgepuzzeld. Dat ziet er gestyleerd zó uit:

Schermafbeelding 2014-02-25 om 21.12.55

 

Als ik het hier bij houd, moeten er 63 blokjes gehaakt worden. Misschien worden het er 70, om de lengte iets te verlengen. Nu schat ik de eindmaten op 82 x 104 cm. Ik heb al 24 lapjes. En lapjes mogen alleen meetellen als ik de draadjes heb afgehecht. Kwestie van streng tegen mezelf zijn… Dat ziet er vooralsnog zo uit:

lapjesIk haakte overigens ook nog wel wat andere vierkantjes. 11 stuks, om precies te zijn, in andere kleuren. Omdat het Plan eerst heel anders was. Maar die moeten blijven liggen, tot ik nog eens aan die deken voor op ons eigen bed toekom…. 😉

Wordt vervolgd!

 

De muts die niet goedgekeurd werd

In Denemarken kocht ik een paar maanden geleden een schattig patroon voor een babymutsje: een ‘blåbærhue’ (een blauwe bessen muts). Er zat bijbehorende wol bij die inderdaad een mooie blauwe kleur had. Ik vertaalde het patroon en breide de kleinste maat: nyfødte (pas geborenen). Ik vond het stom gepriegel (naalden 3 en dunne wol) maar zette toch door. Het werd een muts helemaal naar het plaatje.

muts

 

De vulling steekt wat uit, maar de muts is echt rond. 😉

Helaas viel hij wel wat groter uit dan gedacht. Echt geen blåbærhue til nyfødte hoor. Eerder krap-an Kasper’s maat. Nou leek me dat wel schattig. Nou, vergeet het maar. De muts mag Niet. OP. ZIJN. HOOFD. ‘NEE!!’ Eigenlijk draagt Kasper alleen haar muts. Die nu echt goed past, het is een meegroei-muts. Hoewel de winter zo mild is dat ook dat niet vaak gebeurt. Ik zou trouwens eens een nieuwe foto mogen nemen, de kinderen zijn echt enorm gegroeid, als ik door die oude posts blader schrik ik hoe snel het allemaal gaat!

Dus heb ik nu een muts over. Weet iemand een kleine dreumes met een koud bolletje en een voorliefde voor blauwe bessen…??

Mijn ziel en zaligheid – en 18 bollen

“Ik brei een mooi dekentje, zoek maar een patroon”, riep ik. En ook “Nee, natuurlijk is dat niet moeilijk, het is juist supereenvoudig!!” toen ze met dit patroon kwam. Dat klopte. Het patroon is ribbelsteek. Eén lang stuk rechttoe-rechtaan. Dat was toen ik net 6 dagen een ‘tweede baan’ had gekregen – en ik had geen idee waar ik aan begon. Mijn dagen stroomden vol en de deken kwam in de verdrukking. Het mooie kindje werd gelukkig geboren in een hittegolf en had haar deken niet direct nodig. Maar ik besliste dat de deken niet goed gebreid was en haalde 8 gebreide bollen weer helemaal uit. Andere maten moesten het worden!

Ik breide. Soms. En breide soms heel hard. Maar niet vaak genoeg, niet lang genoeg en het dekentje… Het was geen moeilijk patroon, maar wel verschrikkelijk veel werk. Dus ik breide door. Mijn ziel en zaligheid gingen er in. In de moeilijke maanden was het dekentje een uitlaatklep. In de leuke maanden was het gewoon een hobby. Aan het einde werd het een molensteen.

Maar….

Deken

 

HET. IS. AF.

900 gram, dus 18 bollen. 238 ribbels. Heel veel uurtjes werk. Heel veel draadjes om af te hechten. Zelfs nog 6 terwijl de overdracht al plaats zou vinden! Het is wel een fijne, rekbare en warme deken geworden. Ik heb de maten niet eens meer gemeten. Maar ik ben er best trots op. Slaap lekker, kleine koukleum. Blij dat je er nog onder past…

Dekentje2

Gelukkig is het nog geen lente

Ja, ik weet het: iedereen is aan de lente toe. Ook wij. Kasper zou wel eens iets langer dan 30 seconden zonder snot op zijn bovenlip willen zitten. Lene wil meer naar BUITEN!! En wij willen dat allebei ook. Maar toch. Als ik dan toch één klein voordeel aan die verlengde winter mag noemen? De muts. De muts die ik op de pennen zette op 19 december, om rond de kerst even af te maken. Dacht ik. Een lapje van 17 * 37 centimeter, notabene… Om je dood te schamen. Enfin: dit werd het.

DSCN4136Het was zelfs te koud om buiten te poseren! Echt, die muts gaat nog van pas komen deze week.

DSCN4140

 

En zo vertrokken ze vanochtend samen. Twee elfjes. Met snot.

samen

 

Haak-pixie

Ik haakte nog eens een mutsje, met restjes wol die hier nog lagen. Ik haakte een nieuw steekje, losjes afgekeken bij ons huisleverancier van hoeden en mutsen. Haar ‘pukkeltjes’ lukten wat beter, ik moet daar nog eens raad over vragen. Ik gebruikte een steek die popcorn stitch werd genoemd en leerde dat hier. Kasper speelde weer van model en ik leerde inmiddels dat het bij het maken van foto’s helpt als je je kind voor een filmpje zet. Maar dan kijken ze je niet aan, natuurlijk, en kijken ze een beetje dommig: op alle foto’s hing Kasper’s mond open.

Pixie

Een pixiemutsje in deze versie is eigenlijk een makkie, zij maakte al eens een beschrijving. Mijn lapje was 35 x 16 cm groot, en het is wat groot voor een kersverse boreling, maar voor Kasper past het prima 🙂  Ik haakte nog een nekbandje er aan en zette dat vast met een mooi wijnrood bolletje dat op de foto hierboven helaas een beetje door een bol wangetje aan het zicht wordt onttrokken.

pixie

Sjaal (3)

Een thema beheerst deze weken, heeft u het door? Het zal wel iets te maken hebben met naderende koude en de wens om elk gezinslid met een warme nek de straat op te sturen. Toen ik begon aan mijn nieuwe baan begon ik ook aan een haakwerkje voor in de trein. Geïnspireerd door deze wiebelstrepen-deken bedacht ik van mooie alpaca wol die ik nog had liggen uit Denemarken een sjaal voor Lene die mooi bij haar nieuwe jas en regenlaarsjes zou passen.

SPIJT!!

Was me dat een monnikenwerk zeg! Een dunne naald, dunne wol en dan een sjaal haken. Je moet er wat geduld voor hebben en voor mij was dat een goede oefening, zullen we maar zeggen… Maar het resultaat is de moeite echt waard.

Rood-wit

 

Deze keer is de sjaal langer, zo’n 150 cm. Ruim voldoende om 3x om te slaan, of om de capuchon heen te wikkelen. Die doet Lene namelijk liefst meteen weer af (“ÁF! ÁFF!”), hopelijk barst ze niet in grote woede uit als we die sjaal erom wikkelen. De breedte is 16 cm.

Sjaal (1)

Het is hier thuis een tijd van Grote Keuzes en hectiek. Die Keuzes nemen nogal wat energie in beslag en verder is het ‘gewoon’ druk. Ik haak en brei, maar snel gaat het niet. En de naaiplannen staan in de ijskast. Te weinig rust, hoogstens kan ik me tot wat verstelwerkjes zetten. Verstelwerk waar ik best trots op ben, maar niet echt blogbaar. Want hoe zet je de nieuwe zakken in de winterjas van je man op de foto? En trouwens: waaróm zou je ze op de foto zetten?? Precies.

Ik breide een sjaal voor Kasper, maar hij is wat te breed voor dat mannetje dat voorlopig geen nek heeft tussen zijn dikke wangen en bolle schouders 🙂 Ik breide eenvoudige ribbelsteek, met een boordsteek aan beide einden. De sjaal is 12 cm breed en dat hadden er ook wel 8 mogen zijn. En ietsje langer dan 1 meter had ook wel gemogen.

Geen nood, hij past net om een peuternekje en grote zus kon ook wel een sjaal gebruiken.

 

 

Pixiemuts

Ik ‘ben’ al een poos op pinterest – een zegen voor mensen met geheugenverlies en een vloek voor mensen met een dure smaak en een lichte neiging naar hebberigheid. Ik val in beide categorieën. Pinterest is een constante bron van inspiratie en er is tijd tekort om alles te maken. Toen ik vorige keer pixie-mutsjes (‘elfenmutsjes’) verzamelde toonde ik jullie ook deze.  Dit weekend gebruikte ik wat restjes wol en zette ik me eens aan zelfgemaakte variant van dat mutsje. Kasper speelt model – maar moet op dat vlak nog wel wat leren. Stilzitten bijvoorbeeld. Van 16 foto’s is dit de enige die (min of meer) scherp is.

Het is best een goed gelukt mutsje, hoewel ik het patroon nog ietsje ga aanpassen. Is er interesse voor? Eén ding laat ik jullie nu al zien: de achterkant. Het mutsje heeft geen naad, ik heb namelijk de steken aan elkaar gebreid.

 

Dat aan elkaar breien was dus echt een supergepriegel, maar het is het wel waard: je voelt en ziet er haast niets van, geen dikke bobbels tegen het babyhoofdje! In het Engels noemen ze dit de kitcheners stitch en ik zag het ooit… jawel: op pinterest.

Haak eens een poncho

Ik haakte eerder al verschillende baby- en kinderponcho’s. De baby poncho voor Lene heb ik destijds heel veel gebruikt. De kinderponcho voor het buurmeisje wordt bijna een jaar later nog steeds gedragen. Poncho’s zijn super handig én heel makkelijk om te haken. Deze weken haakte ik er twee, voor de leeftijdsgenootjes van Kasper en Lene, dochters van een lieve vriendin van me.   Ik heb de kleinste voor de baby al eerder afgegeven. Voor haar grote zus haakte ik een grotere maat in dezelfde kleuren, mét bloem.

Net als voor de vorige poncho’s gebruikte ik dit patroon als basis. Het is een symbolenpatroon, de meeste haaksters kennen dat wel. Maar ik kreeg een verzoek voor wat uitleg in het Nederlands. Hierbij mijn beschrijving:

  • Haak een ketting van 72 lossen voor een baby-maat (maat 56 t/m 74). Voor grotere maten maak je een langere ketting, als het aantal lossen maar een meervoud van 8 is. Voor maten, zie hieronder. Sluit de ketting met een halve vaste.
  • Dan wijk ik af van het patroon: ik haak een toer met 1 vaste in elke losse. Dit maakt de rand wat steviger. Eindig met een halve vaste in de eerste vaste van de toer.
  • Keer het werk, haak twee lossen (dit is je eerste stokje) en haak vervolgens 2 stokjes in de vasten van de vorige toer. Daarna haak je volgens het volgende patroon: *1 losse (sla een vaste van de vorige toer over), 3 stokjes in de 3 volgende vasten, 1 losse (weer een vaste overslaan) en daarna weer 3 stokjes*. Dit doe je tot het einde van de toer.
  • Keer het werk, haak twee lossen en vervolgens twee stokjes tussen de stokjes van de vorige toer in. Haak vervolgens telkens drie stokjes tussen de stokjes van de vorige toer in. Dit doe je tot op een kwart van de toer. Daar haak je drie stokjes, 1 losse en nog 3 stokjes in één ‘holletje’  van de vorige toer. Vervolg met 3 stokjes in elk holletje tot op driekwart van de toer. Daar haak je ook weer drie stokjes, 1 losse en nog 3 stokjes in één ‘holletje’  van de vorige toer. Deze meerderingen worden de voor en achterkant van de poncho. Waar je het werk keert loopt de ‘schoudernaad’.
  • Zo haak je in de volgende toeren bij elke meerdering twee schulpjes van 3 stokjes, verder haak je overal één schulpje van 3 stokjes, steeds met een losse ertussen. Ga verder tot de gewenste lengte. Zie daarvoor hieronder.
  • Ik eindig graag met een schulprand. Dat doe ik door tussen de schulpjes één vaste tussen de schulpjes van de vorige toer, haak daarna 1 losse, 1 half stokje in het 1e stokje, 2 stokjes in het 2e stokje, 1 halfstokje en 1 vaste in het 3e stokje en dan weer een vaste tussen de schulpjes tussen de vorige toer. Dat ziet er zo uit:

Ik heb al poncho’s gehaakt met een haaknaald maat 3,5 of maat 4,5. Er zijn twee maten waar je rekening mee moet houden als je een poncho haakt: de hoofdmaat die bepaalt met hoeveel lossen je begint en de lengte die bepaalt hoeveel toeren je moet haken. De hoofdmaat moet je misschien even meten: dat hangt teveel af van de wol, je haaknaald en het hoofd van het kind 🙂

Mijn hoofdmaten: Voor een baby haakte ik altijd 72 lossen (haaknaald 3,5 – 4,5), voor een peuter (maat 86-98) haakte ik 80 lossen (haaknaald 3,5-4,5) en voor een 3-jarige haakte ik 80 lossen met haaknaald 4,5, anders zou ik 88 lossen aanraden.

De lengtemaat meet ik over de schouder: Voor een baby haakte ik 27 centimeter, voor een peuter 40 centimeter en voor een 3-jarige haakte ik zo’n 55 centimeter. Heel precies luistert het niet, als je het een beetje ruim opzet kan je de poncho lang gebruiken!

Zo. Dat u het ook kan doen, hè? Veel succes!

Oh en ik haakte nog een bloem. Dat leer je bijvoorbeeld hier. Maar dat ga ik niet ook vertalen hè, u zoekt maar even naar een Nederlands patroontje…